Smaakvol wild

Niets zo lekker om op een frisse, zonnige herfstdag dierenlijken aan te schaffen.
Vandaag bij de poelier in de aanbieding hazenrug en eendenskelet, 2 ruggen en 2 skeletten voor het luttele bedrag van 1 euro en 15 cent. Ik zie geen reden om vandaag niet eens lekker met mijn vingers in de licht adellijke vleeslijkjes te wroeten. Met de buit trots thuis aangekomen gaat de zak open om de karkassen klein genoeg te hakken om in de pannen te passen. De geur van het rijpe vlees is weeïg en het is goed dat er geluncht is met zelfgemaakte bitterballen. De voormalig wilde eenden ruiken een beetje schralig en hebben een zweempje apenhuisgeur, de wilde hazen geuren gelukkig anders. Hazen worden niet gekweekt en zijn derhalve afkomstig van de jacht (of van de autogrill) en dit verdient geen schoonheidsprijs. Ik ben pertinent tegen ‘wildbeheer’, het zeer sterke vermoeden dat jagers voornamelijk voor eigen pret jagen werd deze week nog eens bevestigd door nieuwsberichten over vergiftigde prooienlijken die her en der waren gedeponeerd door de ‘heren’ jagers/wildbeheerders om roofvogels zeer pijnlijk af te slachten. Dit om te voorkomen dat de roofvogels aan natuurbeheer doen en en het wild opvreten voordat het voor de dikke pret kapot geblazen kan worden met een batterij loden balletjes. Het misselijkmakende sadisme om als volwassene met enig verstand, ingepakt in een warme jas met konijnenbont, getooid met een wapen dat geen enkele kans geeft op een eerlijke strijd voor de prooi, een niets vermoedend diertje dat heerlijk in een groen groen groen groen knollen knollenland zit te genieten van een vers blaadje groene kool, af te moeten slachten om zich een echte kerel te kunnen voelen doordat mijnheer een schot ‘hagel’ (millieuvriendelijk lood?) in het arme schepseltje heeft kunnen jagen zodat het dier doorboord ligt dood te bloeden. En nog te lui zijn om het zelf te gaan halen ook, daar hebben ze dan weer een slaafhond voor.
Maar goed, ik koop de leeggestripte karkassen die anders toch op de vuilnisbelt belanden om zinloos in de fik gestoken te kunnen worden, mij treft hier dus geen enkele blaam. En bovendien waren ze toch al geschoten.
Hierin ben ik net zo hypocriet als een  gelatinepudding slurpende of kaasetende vegetariër, of een fabrieksbrood knagende of leren schoenen dragende veganist (¹). Vegetariërs en veganisten zijn sowieso rare onbetrouwbare wezens maar dat valt buiten dit kader.
Zelfhaat had ik toch al dus ik koop vers gemangelde wildoverschotten.
Wel is het diezelfde misselijkmakendheid, die ook de geur geeft aan de hazenruggen, ook weeïg maar anders. Een soort je ne sais quoi, een wat licht vissig aroma.
Nadat de delen pasklaar zijn gemaakt met de bijl, kunnen ze de pan in om de mensch verder te kunnen dienen. Een paar uurtjes rustig de atmosfeer verzieken met hun onpasselijk makende odeur die vrijkomt uit het zacht kokende water, dient natuurlijk het edele doel om straks een heerlijke eerlijke fond te verkrijgen die sauzen en soepen kan verrijken, een nobel doel.
De leeggekookte lijkjes verdwijnen roemloos en reedsch ook vrij smakeloos in het groene vat met deksel om op een later tijdstip alsnog hun weg te kunnen vinden naar het stadscrematorium alwaar ze verder nuttig worden gebruikt om de menschheid te kunnen voorzien van een beetje millieuvriendelijk stroom.
Desalniette min, de viking eet straks weer een overheerlijk maaltje, met bijsmaak.

(¹) gelatine komt uit bot, kaas wordt gestremd met een enzym uit de maag van een geslacht kalf, broodverbetermiddel bevat deels dierlijke oorsprong en leer is gemaakt van plestik
(²) het onderschrift van de gejatte jagersfoto was : “De sfeer is ontspannen en gezellig”, mijn misselijkheid blijft.

Dit bericht is geplaatst in Voedsel. Bookmark de permalink.